‘Sywert, je vergeet iets.’

Sywert van Lienden

Sywert van Lienden

(De Volkskrant) Met haar plan om met vijfhonderd jongeren de partijcongressen van PvdA, CDA en VVD te bestormen, trapt de G500-beweging in de val van de oude politiek: zij bestrijdt de dominantie van de ouderen door er de dominantie van de jongeren voor terug te geven.
Met haar voorstellen om de economie te hervormen, wil de ‘generationele beweging’ G500 voorkomen dat de rekening van de oudere generatie wordt doorgeschoven naar de jongeren. Uit het initiatief spreekt zorg over de staat van onze democratie: als de ene groep haar wil oplegt aan de andere, heerst immers de dictatuur van de meerderheid. Het is dan ook merkwaardig dat democratische vernieuwing niet in de speerpunten van de G500 voorkomt.

De G500 wil investeren in onderwijs, de pensioenleeftijd verhogen en de arbeidsmarkt flexibiliseren. Dat vind ik als jong en hoogopgeleid CDA-lid mooi, maar ik heb genoeg jonge vrienden die het daarmee oneens zijn. De G500 staat dan ook niet voor alle jongeren, en al helemaal niet voor de laagopgeleide 17-jarige bouwvakker die baanzekerheid wil. Als jongeren het zo eens zouden zijn met de voorstellen van de initiatiefnemer van de G500, de 21-jarige Sywert van Lienden, zouden zij wel een eigen partij kunnen oprichten – de Nederlandse jongeren staan voor minstens 15 Kamerzetels.

Als de G500 haar zin krijgt, valt er straks niks meer te kiezen

Van Lienden en de zijnen geven aan dat op partijcongressen slechts duizend leden komen, meestal ouderen. Daardoor krijgen ouderen makkelijk een meerderheid en bepalen zij de programma’s van de middenpartijen die het land besturen. Om dit te veranderen wil de G500 met een massa jongeren de congressen van PvdA, CDA en VVD bestormen. Ze bestrijden met die strategie de dominantie van ouderen en geven er de dominantie van jongeren voor terug. Ze vervangen dus de ene oligarchie door de andere. De G500 trapt daarmee zelf in de val van de oude politiek.

Dupe

Interne hervorming is op zich goed, willen politieke besluiten op voldoende draagvlak onder de bevolking kunnen blijven rekenen. Maar de wil tot verandering van binnenuit blijkt niet uit de strategie van de G500. Van Lienden wil alle partijen hetzelfde programma opleggen. Als de G500 haar zin krijgt, zullen zowel links als rechts straks 2,5 procent van het bruto binnenlands product aan onderwijs besteden en de arbeidsmarkt versoepelen. Zo wordt het debat in de kiem gesmoord en valt er straks niks meer te kiezen. De democratie is dan de dupe.

Waarom kiest de G500 voor deze agressieve tactiek? Kennelijk heeft de beweging geen vertrouwen in de huidige partijdemocratie. Dat is niet zonder reden. De gedetailleerde partijprogramma’s maken dat Kamerleden gebonden zijn aan fractiediscipline en congresuitspraken. Het echte debat vindt niet plaats in de Tweede Kamer, maar in de donkere theaterzaaltjes van het partijcongres.

Vrijwilligers van de G500 aan het werk. Foto: G500.nl

Vrijwilligers van de G500 aan het werk. Foto: G500.nl

De tactiek van de G500 verandert hieraan niets. Door 500 man strategisch te verdelen over de congressen van de partijen in het politieke midden zal de G500 de vele thuisblijvers aftroeven. Kortom, alweer zal een klein groepje de koers van PvdA, CDA en VVD uitzetten.
Van Lienden en zijn club benadrukken dat jongeren flexibeler zijn dan ouderen en zich minder verbonden voelen aan vakbonden en politieke partijen. Laat de G500 dan consequent zijn en het strakke korset van de bestaande partijpolitiek afwerpen. Daarvoor zijn talrijke manieren. Geen ervan is nog genoemd door de G500.

Zodra Kamerleden door voorkeurstemmen en primaries hun eigen mandaat krijgen, kunnen zij onafhankelijker opereren. Kandidaten zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen voorkeurscampagne. Als meer Kamerleden zelf hun eigen zetel hebben verdiend, zullen de fractiedebatten vanzelf veelzijdiger worden. Veelzijdiger debatten leiden tot innovatievere voorstellen. De politiek moet weer werken volgens het principe: eerst discussie, dan pas compromis. Groepsdruk verdwijnt alleen als iedereen voor zelfbewustzijn kiest.

Rebellie

Partijen kunnen hun voordeel doen met onafhankelijke Kamerleden. Voorkeurscampagnes genereren extra publiciteit voor de partij. Totale rebellie bestaat niet: een socialist zal geen voorkeurscampagne voeren onder liberale vlag. Ook laat de partij op deze manier zien hoe divers zij is. Zo kan zij haar electoraat verbreden.

De PvdA is al zachtjes op weg deze partijvernieuwing door te voeren, zoals blijkt uit het plan van partijvoorzitter Hans Spekman om ook niet-leden de partijleider te laten kiezen. Het CDA flirt met soortgelijke ideeën. Dissidenten of niet, de CDA-Kamerleden Ad Koppejan en Kathleen Ferrier mogen openlijk hun twijfels uiten over de partijkoers zonder uit de fractie te worden gezet.

De G500 zou aan geloofwaardigheid winnen door ook nadrukkelijk voor democratische vernieuwing te pleiten. Of door een eigen lijst te presenteren bij de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen.

WILLEM VAN EWIJK