Het Louvre Abu Dhabi – Democratie in de uitverkoop

Het Louvre Abu Dhabi, ontwerp, Ateliers Jean Nouvel

Het Louvre Abu Dhabi, ontwerp, Ateliers Jean Nouvel

(DNP) Binnenkort zal in Abu Dhabi de eerste steen worden gelegd voor een nieuw Louvre. Een universeel museum: door kunstschatten uit verschillende culturen in een gezamenlijke tijdlijn ten toon te stellen zou het museum de beïnvloeding tussen beschavingen in de wereldgeschiedenis moeten tonen. Aanhoudende mensenrechtenschendingen werpen een schaduw over dit project.
Het Louvre verrijst in de culturele wijk van de golfstaat, Saadiyat geheten (vertaald: ‘het eiland van geluk’). Op dit kleine stukje land vlak buiten de hoofdstad van Abu Dhabi, wordt in rap tempo een aantal culturele satellieten van het westen opgetrokken. Er staat al een dependance van twee van ’s werelds bekendste universiteiten, New York University en de Franse Sorbonne. Een ambitieus architectonisch ontwerp dat het New Yorker Guggenheim zal moeten herbergen zal in 2017 de deuren openen. Het ontwerp voor het Louvre Abu Dhabi is niet minder ambitieus. De bouw van het complex dat twee jaar in beslag zal nemen kost een kleine honderd miljoen euro. De Fransen rekenen erop dat het project (door bouw, kunstuitleen en gebruik van de naam van het Louvre en advies van Agence France-Muséums dat de Franse musea vertegenwoordigd die aan de samenwerking met Abu Dhabi deelnemen) in totaal een miljard euro zal opbrengen.

Glazen muur

Het was de Franse architect Jean Nouvel die de opdracht in handen kreeg. Nouvel ontwierp eerder het Institut du Monde Arabe en het Musée du quai Branly te Parijs. Dit laatste is het museum voor niet-westerse kunst, dat volgens de Franse president en opdrachtgever Jacques Chirac meer inzicht moest geven in culturen die niet in het centrum van de (westerse kijk op) de wereldgeschiedenis staan. Jean Nouvel wilde geen vitrines, maar bouwde glazen muren, waardoor de museumbezoeker vrij kan kijken naar de primitieve kunstschatten. En ook voor het Louvre Abu Dhabi maakte Nouvel een ontwerp dat het begrip voor de niet-westerse kunst moest vergroten.

Nouvel gaf in zijn ontwerp van het Louvre het best plaats aan de missie van Agence France-Muséums en de regering van Abu Dhabi om het eerste universele museum ter wereld te worden. Door constructie van vier open gangen onder een gigantische koepel van Arabische palmtakken zullen bezoekers door vier periodes van de wereldgeschiedenis kunnen wandelen. Van het ontstaan van beschavingen lopen ze door de middeleeuwen en langs de opkomst van de islam. Via een gang gewijd aan het humanisme en de verlichting komen ze uit bij de kunst van vandaag. De bezoeker van het museum ziet tijdens deze wandeling een verzameling kunstschatten die alleen naar periode zijn gerangschikt. In plaats van de Grieken, Romeinen en Islam ieder apart in een zaal te zetten, zoals in het Louvre te Parijs gebeurt, is het aan de bezoekers om de beschavingen te onderscheiden en de samenhang te ontdekken. Het Louvre Abu Dhabi vraagt de bezoeker om zelf na te denken – en dat is een waar verlichtingsidee aldus de beheerders van het Saadiyat Cultural District. De kunstschatten worden geleend van het Louvre, Centre Pompidou en het Musée d’Orsay.

Zijderoute

Volgens de Tourism Development and Investment Company (TDIC), de overheidsafdeling die de culturele projecten op Saadiyat ontwikkeld, staat Abu Dhabi voor dezelfde samenhang tussen culturen als ze in haar museum probeert uit te dragen.  “Abu Dhabi ligt op een kruispunt van oost en west, in de golfregio die eens het centrum van de Zijderoute was. De regio verbond Europa met de Indische Oceaan en zorgde voor uitwisseling tussen Azië en Afrika. Het Louvre Abu Dhabi en het Saadiyat Cultural District zullen een plek zijn waar diverse en verafgelegen delen van de wereld elkaar kunnen ontmoeten om ideeën en cultuur uit te wisselen.” Schrijft het TDIC op de website van het Saadiyat Cultural District. Eeuwenlang werden culturen uitgewisseld, als handelskaravanen bij de oases van het Nabije Oosten op adem moesten komen en zich bevoorraadden om een lange reis naar India en China voort te zetten.

Terwijl de golfregio een historische plek van culturele en economische uitwisseling is, zijn de Fransen historisch gebrand om taal en economische belangen te verspreiden. De bouw van het Louvre Abu Dhabi begint vijf jaar nadat de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy de eerste steen van de Sorbonne Abu Dhabi legde. Na een tijdelijk onderdak zetelt de Franse universiteit sinds 2009 in het universiteitsgebouw op Saadiyat en geeft ze onderwijs aan zo’n zeshonderd studenten. Hiervoor stuurt de Sorbonne ieder seizoen een handvol professoren uit Parijs naar de golfstaat om als visiting professors dezelfde vakken te onderwijzen als aan de faculteiten in het moederland.

Franse namen

Alhoewel er vooral Franse namen in het lijstje met hoogleraren staan werkten bij de Sorbonne Abu Dhabi ook één lokale docent. Dit was Nasser Bin Ghaith, een econoom en jurist uit Dubai. Hij werd in 2011, het jaar van de Arabische Lente, acht maanden door de politie vastgehouden nadat hij had opgeroepen tot democratische en economische hervormingen. De Sorbonne nam het tijdens zijn gevangenschap nooit op voor Bin Ghaith en na zijn vrijlating gaf de Sorbonne geen gehoor aan zijn verzoeken om zijn leerstoel weer in te mogen nemen.

Constructie van het Louvre Abu Dhabi.

Constructie van het Louvre Abu Dhabi.

De arrestatie van de mediagenieke Bin Ghaith geeft aanleiding voor mensenrechtenorganisaties om nog eens op een lijst met mensenrechtenschendingen in de golfstaat te wijzen. Zo bestempelt Human Rights Watch de werkomstandigheden voor de migrantenwerkers die aan het Saadiyat Cultural District werken als moderne slavernij. Bij een bezoek van de Franse president Hollande aan Abu Dhabi, eind januari, ging de aandacht van de Franse pers vooral uit naar de mensenrechtensituatie in het land. Door de slechte reputatie van het land kun je je afvragen of de Fransen er wel goed aan doen de naam van het Louvre, het visitekaartje van de Franse hoofdstad, aan het Abu Dhabi te verbinden. Aan de andere kant kan het openen van universiteiten en musea een manier zijn van culture diplomatie die tot verbetering van de mensenrechtensituatie in Abu Dhabi moet leiden.

Het Paard van Troje

Zoals de golfregio een historische plek van culturele en economische uitwisseling is, zo zijn de Fransen er historisch op gebrand om taal en economische belangen te verspreiden. De bouw van het Louvre Abu Dhabi begint vijf jaar nadat de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy de eerste steen van de Sorbonne Abu Dhabi legde. Na een tijdelijk onderdak zetelt de Franse universiteit sinds 2009 in het universiteitsgebouw in de culturele wijk Saadiyat en geeft ze onderwijs aan zo’n zeshonderd studenten. Hiervoor stuurt de Sorbonne ieder seizoen een handvol professoren uit Parijs naar de golfstaat om als visiting professors dezelfde vakken te onderwijzen als aan de faculteiten in het moederland. Deze initiatieven passen in de strategie van de Internationale Organisatie van de Francofonie, een organisatie van 77 Franstalige landen die de Franse taal en waarden wil verspreiden en behouden.

Francofonie

Volgens Xavier North, gedelegeerde voor de Franse taal op het Franse ministerie van Cultuur, slagen de Fransen hier de laatste jaren erg goed in. “De Franse taal wint steeds meer terrein ten opzichte van het Engels. En de taal is niet in gevaar.” North legt uit dat Fransen niet aan invloed winnen door de taal op te leggen, maar de taal zich verspreidt als landen economische en militaire strategische belangen delen en hun cultuur op een natuurlijke wijze wordt uitgewisseld. “Eeuwenlang wilde het Frans een universele taal zijn. Nu willen we vooral een taal met wereldwijde invloed zijn. Dat is niet hetzelfde.” Zei North twee jaar geleden tegen Le Monde.

Sorbonne Abu Dhabi.

Sorbonne Abu Dhabi.

North was vooral enthousiast over de opkomst van het Frans in Azië, de golfregio in het bijzonder. Eindelijk gebieden buiten Frankrijks traditionele invloedssfeer Afrika. Volgens North wint het Frans aan populariteit omdat de Fransen een alternatief bieden voor het dominante Angelsaksische model. Dat in Abu Dhabi een Sorbonne is geopend en een Louvre wordt gebouwd is volgens North dan ook geen toeval.

Verweving

Claude Hagège, hoogleraar Taalkunde aan het College de France, zei ooit dat Frankrijk een beschavingsmissie moet nastreven. Is dit wat Frankrijk bereikt door een Louvre en de Sorbonne te openen in Abu Dhabi? Xavier North denkt van niet. Hij gelooft in het geheel niet in een beschavingsmissie. De Franse taal en Franse waarden kun je niet opleggen, maar worden volgens North verspreid door verweving van economische en militaire belangen. “De populariteit van de Franse taal wordt gedragen door de economische positie van het land, door haar mogelijkheid te innoveren en zelfs door militaire macht.”

Het vermengen van militair en strategische belangen met culturele uitwisseling is precies wat de Fransen in de golfregio nastreven. Naast de vlaggenschepen van de Parijse culturele sector, het Louvre en de Sorbonne hebben de Fransen een vliegbasis in Abu Dhabi die ze gebruikten bij hun militaire operaties in Mali. De Fransen zouden de afgelopen tien jaar al voor een slordige tien miljard euro aan wapentuig hebben verkocht aan de Emiraten. Daar bovenop hopen de Fransen deze maand nog zestig Rafale gevechtsvliegtuigen aan Abu Dhabi te verkopen.

In breder verband zijn de golfstaten zelf ook goed vertegenwoordigd in Frankrijk. Neem Abu Dhabi’s buurland Qatar. Het in Frankrijk meest aanwezige voorbeeld van opkomende golfstaten kocht voor ongeveer veertig miljoen euro voetbalclub Paris Saint-Germain en investeerde vijftig miljoen euro in een fonds om Franse achterstandswijken een oppepper te geven. Ook werden Qatari in korte tijd grootaandeelhouder van verschillende hotels, luxemerken en bedrijven in de Franse hoofdstad.

Oliesjeiks

De oliesjeiks vestigen zo hun economische belangen in Frankrijk. De verweving van economische en militaire belangen werkt dus twee kanten op. Dit is te verwachten als je een partnerschap aangaat, en doet de Fransen vrezen voor hun soevereiniteit en de invloed van ‘het islamisme’. Deze vrees werd sterk hoorbaar toen de emir van Qatar besloot in de Franse banlieues te investeren door miljoenen beschikbaar te stellen voor kleine commerciële projecten in de wijken. Dit gebeurde in dezelfde maand dat minister van Binnenlandse Zaken Manuel Valls in de banlieues tientallen leden van een islamistisch terroristennetwerk liet arresteren. Marine Le Pen, leider van het uiterst rechtse Front National noemde het investeringsfonds het ‘Paard van Troje van de radicale islam’. Toen de geruchtenstroom opgang kwam dat Qatar Al Qaeda in Mali steunde en met wapens bevoorrade klonk de angst dat Frankrijk zich overleverde aan een ‘islamistische’ tegenstander nog luider.

François Hollande met de emir van Qatar, in september 2012. Bron: FranceInfo.

François Hollande met de emir van Qatar, in september 2012. Bron: FranceInfo.

Terug naar de Emiraten. De autocratische regering laat activisten oppakken die voor democratische hervormingen pleiten. De contractpartner van de Sorbonne en het Louvre in Abu Dhabi is de Tourism Development and Investment Company (TDIC). Dit agentschap van de overheid van Abu Dhabi dat de ontwikkeling van de projecten in het Saadiyat Cultural District uit, slaagde er in de ogen van Human Rights Watch tot nu toe niet in schendingen van mensenrechten en internationaal arbeidsrecht te voorkomen bij de bouw van Sorbonne, New York University en Guggenheim. De Sorbonne zou op zijn minst medeplichtig zijn aan mensenrechtenschendingen bij de bouw van haar universiteitsgebouw. Agence France-Muséums (het agentschap dat de Franse musea vertegenwoordigd die bijdragen aan het Louvre Abu Dhabi) laat de bouw van het museum uitvoeren door het TDIC.  Maar zolang de mensenrechtensituatie bij de bouwprojecten niet verbetert, reist de vraag of de Fransen erin slagen hun taal en Republikeinse waarden te verspreiden in de opkomende golfstaatjes –of dat ze zoals Marine Le Pen zegt in het geval van Qatar- een Paard van Troje binnenhalen. Al dan niet van de radicale islam, dan op zijn minst haar eigen Republikeinse waarden schendt door medeplichtigheid aan mensenrechtenschendingen.

De Vijf van de Emiraten

Het Louvre Abu Dhabi moet een universeel museum worden. Door kunstschatten uit verschillende culturen in een gezamenlijke tijdlijn ten toon te stellen zou het museum de beïnvloeding tussen beschavingen in de wereldgeschiedenis moeten tonen Ook zouden het Louvre Abu Dhabi en Saadiyat, de culturele wijk van de golfstaat waar het museum zal verrijzen, “een plek (moeten) zijn waar diverse en verafgelegen delen van de wereld elkaar kunnen ontmoeten om ideeën en cultuur uit te wisselen.” Aldus de Tourism Development and Investment Company (TDIC), het agentschap van de overheid van Abu Dhabi dat belast is met de ontwikkeling van de culturele wijk. Op een plek waar wetenschappers worden opgepakt die voor democratische hervormingen pleiten en waar de arbeidsmigranten in strijd met internationaal arbeidsrecht worden uitgebuit rijst de vraag of die toenadering tot verbetering van de mensenrechtensituatie zal leiden.

Is het Louvre Abu Dhabi in staat universele waarden, zoals mensenrechten, te verspreiden? Volgens Nicholas McGeehan, adviseur van Human Rights Watch in deze zaak, is het Louvre een cultureel instituut en is het niet in de Emiraten om de mensenrechten te verbeteren. Hij vertelt DNP dat Franse musea en universiteiten afdelingen kunnen openen in Abu Dhabi, zolang ze daarbij zelf maar geen mensenrechten schenden. En dit gebeurde bij de bouw van de Sorbonne Abu Dhabi wel. Jean-Marie Fardeau, directeur van Human Rights Watch Frankrijk, zegt dat de Franse autoriteiten vooral bij kunnen dragen aan de verbetering van de mensenrechtensituatie in de Emiraten door goede werkomstandigheden te eisen voor de arbeidsmigranten die aan hun eigen projecten zoals Louvre en Sorbonne werken. Zo zou contractueel moeten worden geëist dat de mensenrechten worden nageleefd.

Bron: Arabianbusiness.com

Bron: Arabianbusiness.com

Human Rights Watch rapporteerde herhaaldelijk over mensenrechtenschendingen bij de bouwprojecten van het Saadiyat Cultural District. Het personeel dat op Saadiyat werkte aan de bouw van de Sorbonne, New York University, Guggenheim zou worden gerekruteerd in Aziatische landen als Pakistan en Bangladesh. De arbeiders zou een hoger loon worden beloofd dan ze bij aankomst in de golfstaat zouden ontvangen en ze zouden alleen tegen betaling van een fikse premie een contract mogen tekenen. Aangekomen in Abu Dhabi zouden paspoorten worden ingenomen en krijgen ze vaak maar de helft van het beloofde loon uitbetaald. Ze moeten lange dagen werken, zonder pauzes en goede gezondheidsvoorzieningen, maar omdat ze niet over hun paspoort beschikken en de schuld van de premie terug moeten betalen accepteren ze de slechte werkomstandigheden. Het vragen van rekruteringspremies is in strijd met regels van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO –net als het tekort aan pauzes en gezondheidszorg dat de arbeiders van het Saadiyat Cultural District zouden krijgen.

Kunstenaarsboycot

Human Rights Watch riep Sorbonne, New York University, Guggenheim, Agence-France Muséums en de regering van Abu Dhabi ter verantwoording. Deze instituten beloofden uiteraard dat de situatie zou verbeteren. In de briefwisseling met Human Rights Watch is de verontwaardiging van de overheid van Abu Dhabi te lezen dat Human Rights Watch zonder waarschuwing op de bouwplaats is gaan kijken.

Wat de Amerikaanse projecten betreft liep affaire zo hoog op dat in 2011 een grote groep Amerikaanse kunstenaars en curators het Guggenheim boycotte zolang de werkomstandigheden voor de arbeidsmigranten niet zou verbeteren. Naar aanleiding van de acties zou er in 2011 een lichte vooruitgang in de situatie van de arbeiders zijn gekomen. Maar in een rapport over 2012 lijkt de mensenrechtensituatie weer te zijn verslechterd.

Moderne slavernij

Volgens dit laatste rapport van Human Rights Watch komt ruim negentig procent van de bevolking van de Emiraten uit het buitenland. De buitenlandse bevolking bestaat voor het grootste deel uit arbeidsmigranten die geen recht hebben op vereniging en vergadering, en voor wie staken strafbaar is. Het inhouden van loon en eisen van rekruteringskosten lijkt nog in driekwart van de gevallen te gebeuren. Dit ondanks de herhaalde beloftes van de regering van de Emiraten deze praktijken af te schaffen.

Het Thahrir plein in Egypte, symbool van de Arabische Lente. Bron: Reuters.com

Het Thahrir plein in Egypte, symbool van de Arabische Lente. Bron: Reuters.com

De ‘goede wil’ van de regering van de Emiraten bleek toen in mei vorig jaar een lokale krant onthulde dat er een nieuwe wet wordt voorbereid voor huishoudelijk personeel. Deze wet zou weliswaar recht geven op één vrije dag per week, maar het zou strafbaar worden om een huishoudster ‘aan te moedigen om haar baan op te zeggen’. Volgens de ontwerptekst zou zelfs degene die aan een huishoudster die ontslag heeft genomen onderdak biedt strafbaar zijn. Dit alles draagt bij aan een cultuur van gedwongen arbeid en zelfs moderne slavernij in een land waar de mensenrechtensituatie volgens Human Rights Watch de laatste jaren alleen maar verslechterd is.

#UAE5

De controverse rond de migrantenwerkers vormt voor mensenrechtenorganisaties en journalisten aanleiding om andere mensenrechtenschendingen uit het recente verleden van de Emiraten op te rakelen. In een rapport van Human Rights Watch valt te lezen hoe Syrische demonstranten die voor de ambassade van hun land demonstreerden tegen de misstanden van het Syrische regime het land uit werden gezet. Begin 2012 werden de Konrad Adenauer Stiftung en het National Democracy Institute gesloten en medewerkers het land uitgezet nadat ze mensenrechtenschendingen in Abu Dhabi aan de kaak hadden gesteld.

Het meest mediagenieke voorval was wel de arrestatie van Nasser Bin Ghaith, een docent internationaal economisch recht aan de Sorbonne Abu Dhabi. Hij riep in 2011, het jaar dat de Arabische Lente opkwam, op tot democratische en economische hervormingen en werd samen met vier andere activisten uit de Verenigde Arabische Emiraten gearresteerd en opgesloten. Na acht maanden gevangenschap werden de ‘Vijf van de Emiraten’ veroordeeld om meteen daarop door gratie van de president van de federale staat vrij te komen. In de volgende aflevering van Verzwegen universele waarden spreken we met Nasser Bin Ghaith over zijn proces, de uitverkoop van mensenrechten, de missie van het Louvre en de rol van de middenklasse.

Democratie in de Uitverkoop, een interview met Nasser Bin Ghaith

Omdat zijn mobiele telefoon wordt afgetapt, bel ik hem op zijn hotelkamer in Abu Dhabi. Nasser bin Ghaith, de man die als docent aan de Sorbonne Abu Dhabi, het rustige golfstaatje twee jaar geleden op zijn grondvesten deed schudden door  voor economische en democratische hervormingen te pleiten.

Nasser bin Ghaith, YouTube Caption.

Nasser bin Ghaith, YouTube Caption.

Hij werd acht maanden gevangen gehouden, gemarteld, en moest omdat zijn handen geboeid waren ‘eten als een hond’. Zijn behoefte deed hij in een hoekje van de cel. “Mijn proces kwam als een schok voor het systeem.” Zei Bin Ghaith in januari tegen Benjamin Barthe, correspondent van Le Monde in het Midden-Oosten. Bin Ghaith komt uit een invloedrijke familie uit de Emiraten. Nu is Bin Ghaith naar eigen zeggen staatsvijand nummer één.

Het begon allemaal toen hij gedurende enkele jaren les gaf aan het masterprogramma van de Sorbonne Abu Dhabi. Bin Ghaith, die een doctoraat in recht en economie heeft, hield een weblog bij. In 2007 schreef hij een artikel over ‘het vastgoedavontuur’ in Dubai waarin hij voorspelde dat de wereld van mooie wolkenkrabbers een vastgoedbubbel was die binnen een paar jaar zou knappen. Ook het economisch model van Abu Dhabi zou niet houdbaar zijn, omdat het geheel en alleen op overheidsbestedingen en olieopbrengsten dreef.

Arabische Lente

“Je kunt wel een economie beginnen door overheidsgeld – maar voor een duurzaam economische systeem kan de overheid niet voor altijd doorgaan geld in de economie van het land te blijven pompen.” Zijn commentaar zorgde voor machtige vijanden. De oliesjeiks die na het vertrek van de Britten uit een paar olieboringen de Verenigde Arabische Emiraten bouwden, voelden zich persoonlijk beledigd toen hun project werd bekritiseerd.

Dit bleek eens te meer toen Bin Ghaith in april 2011 op zijn blog over de gevolgen van de Arabische Lente voor de Emiraten schreef. De noodzaak voor hervormingen zouden onvermijdelijk zijn en alleen door geld uit te geven kun je de mensen niet tevreden stellen. Negen dagen later werd hij gearresteerd. De officiële aanklacht tegen Bin Ghaith betrof belediging van de president van de Emiraten. Maar voor Bin Ghaith is de vraag hoe hij de president zou hebben beledigd nog steeds niet beantwoord. “Zelfs vandaag heb ik nog geen idee wat het echte probleem was. Misschien was het door mijn opvattingen. Misschien was het door mijn sociale positie –ik kom uit een bekende familie en ben een insider –dat ik zo’n uitgesproken kritiek heb op de het economisch beleid en bestuur van de Emiraten is daardoor extra pijnlijk.”, zegt Bin Ghaith tegen DNP.

Het pleidooi en de aandacht van westerse media voor de zaak van Bin Ghaith heeft de regering van de Emiraten niet op andere gedachten gebracht. De Emiraten betalen miljarden aan New York University, het Guggenheim, de Sorbonne en het Louvre om zich in de golfstaat te vestigen. “De westerse landen gooien hun democratische waarden in de uitverkoop. Abu Dhabi lijkt het ‘kingdom of heaven’. Maar het is een façade voor mensenrechtenschendingen.”, aldus Bin Ghaith.

Autocratie

De emirs van de zeven emiraten houden vast aan een autocratische bestuursvorm. Ze selecteren een groep burgers die de leden van de Federale Nationale Raad mag kiezen. Zo heeft in totaal maar een tiende van de burgers van de Emiraten stemrecht. De Federale Nationale Raad is lang niet zo invloedrijk als de Federale Hoge Raad –waarin de zeven leiders van de afzonderlijke Emiraten zelf zitting hebben en de leiders van Abu Dhabi en Dubai zelfs over een vetorecht beschikken.

Guggenheim Abu Dhabi, door Frank Gehry.

Guggenheim Abu Dhabi, door Frank Gehry.

Terwijl de emirs New York University, Guggenheim, Sorbonne en Louvre, de vlaggenschepen van de westerse beschaving en westers vrijdenken, met open armen ontvangen –deinzen die symbolen van vrije meningsuiting ervoor terug om hun eigen grondslagen te verdedigen. Zo heeft, tijdens de gevangenschap van Bin Ghaith, de Sorbonne Abu Dhabi tegenover journalisten nooit willen ingaan op zijn arrestatie. Na Bin Ghaith’s vrijlating vroeg hij de Sorbonne herhaaldelijk om weer les te mogen geven aan haar faculteiten. De Sorbonne heeft nooit op zijn brieven gereageerd.

Toen journalist Benjamin Barthe namens Le Monde vroeg waarom de Sorbonne niet voor Bin Ghaith is opgekomen zei de leiding van de universiteit dat hij slechts ‘een visiting professor’ was.

Maar aan de Sorbonne Abu Dhabi zijn alle professoren toch visiting professor? Dit staat zelfs op de website van de universiteit.

“Inderdaad. Wat is dat überhaupt voor excuus dat ze niets met mij te maken hebben omdat ik een visiting professor zou zijn? Ze zijn ooit aan mij verbonden geweest. We hebben samengewerkt. Ik heb les gegeven onder hun dak.”

Bin Ghaith specificeert het verhaal van Benjamin Barthe. Hij vertelt dat toen Barthe naar de Sorbonne Abu Dhabi belde en vroeg wat voor relatie de universiteit had met Nasser Bin Ghaith, de Sorbonne zei dat ze het niet zeker wist en Barthe terug zou bellen. Even later belde een zeker ‘Schoolbestuur van Abu Dhabi’ de journalist terug. Bin Ghaith legt uit hoe het verder ging.

“Het schoolbestuur heeft niets te maken met de Sorbonne. Het is de overheidsafdeling die over het basisonderwijs gaat terwijl de Sorbonne  onafhankelijk is, en niet gelieerd aan de overheid. Het ‘schoolbestuur’ zei tegen Benjamin Barthe dat ze mij niet kenden. Hoogstwaarschijnlijk was het een geheim agent die zich voordeed als een vertegenwoordiger van het schoolbestuur.”

Nasser bin Ghaith.

Nasser bin Ghaith.

“Dit lijkt op de praktijken van de geheime dienst in de Sovjet-Unie. De stalinistische tijden herleven. Hoe kan dit gebeuren? In 2013, na de Arabische Lente?”, vraagt Bin Ghaith zich verbaast af.

“Er zijn ook buitenlanders die te ver zijn gegaan. Die worden gewoon het land uitgezet.”, herinnert hij zich.

Zoals de Konrad Adenauer Stiftung, het National Democracy Institute. Deze moesten het land verlaten nadat ze twee jaar geleden te kritisch waren geweest over mensenrechtenschendingen en de democratische situatie in de Emiraten.

“Ook Matt J. Duffy, uit Atlanta, Georgia, moest afgelopen zomer het land verlaten.”, vult Bin Ghaith aan. “Hij onderwees journalistiek en internationaal mediarecht aan Zayed, de lokale economische universiteit (van Dubai en Abu Dhabi, red.). Blijkbaar heeft ook hij iets verkeerds gezegd.”

18 redenen 
Naar eigen zeggen is Duffy ‘het land uitgeschopt’. Er is geen officiële verklaring gegeven over zijn uitzetting, maar Duffy publiceerde een lijst met achttien mogelijke redenen, waaronder het op de televisie bespreken van een hervorming van de mediawetten. Wie ingaat tegen de wensen van het regime kan soortgelijke maatregelen verwachten en dus zwijgen de universiteiten over mensenrechtenschendingen en accepteren dat haar docenten worden gearresteerd of uitgezet.

Nu zegt de website van de Sorbonne dat ze in Abu Dhabi precies hetzelfde onderwijs geeft als aan de Parijse faculteiten. Omdat het onderwerpen zijn die ook in de Parijse collegebanken worden gegeven stuurde ik ze wat vragen over soft diplomacy en de manier waarop Franse instituten als de Sorbonne en het Louvre de dialoog over mensenrechten vorm konden geven. Door mijn nieuwsgierigheid in academische vragen te gieten zou ik van een universiteit wel antwoord krijgen –dacht ik. Maar de communicatieafdeling vond ook deze vragen te politiek en zei dat ze niets met haar academische bevoegdheid te maken hadden.

Ook toen ik Marie-Clarté Lagrée, het hoofd van de afdeling internationale betrekkingen hierover een bericht stuurde, kreeg ik geen antwoord.

Bin Ghaith lacht. “U zult nooit een antwoord krijgen.”

Wat het excuus van de ‘visiting professors’ betrof, herinner ik me dat ik de Sorbonne vroeg waar ze hun academische personeel vandaan haalden –of ze vooral uit Frankrijk en de VS kwamen, of dat er ook lokale mensen werden gerekruteerd. Hetzelfde vroeg ik over de samenstelling van de zeshonderd studenten aan de universiteit. Ook hier kreeg ik geen antwoord op. Misschien waren ook deze vragen te politiek, en nu zie ik in waarom.

Bin Ghaith lacht. “Kun je je voorstellen dat de Sorbonne dit politieke vragen vindt? Het is de middeleeuwse Sorbonne all over again. Dat mag je best opschrijven.” –zegt Bin Ghaith, en hij herpakt zijn oratorisch ritme. “Ik was indertijd de enige lokale academicus. Er was nog een Arabische vrouwelijke docente aan de Sorbonne, Mona Makram-Ebeid. Ze geeft nu les aan de Amerikaanse Universiteit van Caïro. Verder zijn het allemaal Fransen die doceren aan deze universiteit in Abu Dhabi. Daarmee voegt de Sorbonne niets toe aan de lokale cultuur.”

Het Place de la Sorbonne in Parijs. Bron: Etsy.com

Het Place de la Sorbonne in Parijs. Bron: Etsy.com

“De Sorbonne is zelfs geen onderwijsinstelling meer te noemen. Het is een trainingsinstituut waar accountants en advocaten worden opgeleid voor de lokale arbeidsmarkt, voor het economische leven. Maar geen denkers.”

Aan studenten van de Sorbonne Abu Dhabi wordt ook de Franse taal onderwezen. De economische elite van Abu Dhabi zal dus Frans spreken en Frankrijk kennen. Een vertegenwoordiger van de Internationale Organisatie van de Francofonie (een organisatie van 77 Franstalige landen die de Franse taal en waarden wil verspreiden en behouden) zei heel blij te zijn dat de Franse invloedssfeer nu eindelijk buiten het traditionele achterland Afrika ligt. Als ik dit aan Bin Ghaith voorleg, schiet hem iets te binnen.

“Wist je dat de Emiraten tot de Francofonie wilden toetreden? Ze hebben de Afrikaanse landen al gepaaid om voor ze te stemmen en de Fransen zouden ons accepteren ook. Het gaat gebeuren.”, voorspelt Bin Ghaith. “Frankrijk wil iets van ons (geld, red.), en zij hebben iets dat wij willen (musea en universiteiten met sterke merknamen, red.). Alles wordt verhandeld.”

Waarom zouden de Fransen het Louvre naar Abu Dhabi willen exporteren, anders dan om geld?

“Zoals de Emiraten alles kopen, hebben ze ook  Sky News en CNN gekocht.

Bin Ghaith legt uit hoe de Emiraten door middel van geld het Westen voor zich winnen. De sjeiks zouden hun rijkdom gebruiken om mensen het zwijgen op te leggen en tegelijkertijd een façade voor mensenrechtenschendingen op te werpen. Het Louvre, de Sorbonne, New York University en het Guggenheim geven een aura van schoonheid en openheid aan de Emiraten en zijn daardoor deel van deze façade.

Agence France-Muséums (AFM) heeft aan de regering van Abu Dhabi voor vierhonderd miljoen euro het recht verkocht om de naam van het Louvre te gebruiken. Ook leent AFM kunstschatten van het Parijse Louvre, Musée d’Orsay en het Centre Pompidou uit aan de golfstaat. Alles bij elkaar maakt deel uit van een contract ter waarde van een miljard euro.

Bin Ghaith verbaast zich over de bereidheid van de Fransen om naam en kunst van het Louvre te exporteren.

“Waarom zouden de Fransen het Louvre naar Abu Dhabi willen exporteren, anders dan om geld? Als ik de middelen heb om naar Abu Dhabi af te reizen – dan heb ik ook genoeg geld om naar Parijs te gaan. Waarom zou ik een replica willen zien?”

Is het de Fransen echt alleen om het geld te doen? Als we nu eens aannemen dat het Louvre en de Sorbonne, met behulp van een diplomatieke stilte, een plek kunnen creëren waar mensen elkaar kunnen ontmoeten – zodat waarden worden gedeeld en er naar meer wederzijds begrip kan worden gewerkt. Kunnen Sorbonne en Louvre dan niet zorgen voor toenadering tussen Frankrijk en de Emiraten? En zo misschien zelfs voor bescherming van mensenrechten?

“Er is toenadering. Maar ik denk dat deze toenadering niet de goede richting opgaat. Wie geld heeft bepaalt wat er gebeurd. En zij die nu geld hebben, geven geen prioriteit aan mensenrechten.”

De Fransen zouden door het Louvre en de Sorbonne de Franse cultuur kunnen delen met de bevolking van Abu Dhabi. –zit daar dan niets in?

“Je kunt nooit een cultuur importeren.”, zegt Bin Ghaith. “Je moet de lokale cultuur ontwikkelen. En voor het ontwikkelen van de lokale cultuur moet je vrijheid van meningsuiting hebben. Als die vrijheid bestaat, dan heb je geen Franse professor meer nodig om ons te vertellen hoe we moeten denken. We komen niet uit het Afrikaanse oerwoud maar we hebben een traditie. Het was hier, in de Arabische wereld, dat de vrijheid van meningsuiting zegevierde en daardoor stonden mannen op als Ibn Khaldun. Deze denker kon in de veertiende eeuw de sociologie uitvinden, terwijl we nu, in de eenentwintigste eeuw niet eens meer over overheidszaken mogen praten.”

Beeld van Ibn Khaldun.

Beeld van Ibn Khaldun.

Bin Ghaith spreekt geduldig en legt alles uit in een kalm en vriendelijk ritme. Soms windt hij zich op, dan wisselt de toon van zijn stem tussen hoge noten van verbaasdheid en een boze bas.

“Door de vrijheid van geweten hoefden we geen denkers te importeren en zolang die vrijheid niet bestaat heeft het importeren van westerlingen naar Abu Dhabi ook geen zin. Hoe kun je nu ideeën uitwisselen op een plek waar je niet anders mag denken dan de staat je vertelt? De Amerikanen en Fransen die naar Abu Dhabi komen weten heel goed dat dit niet zo werkt. Ze komen alleen voor het geld. Het zijn hypocrieten.”

Ik ben de middenklasse. Daarom heeft de regering van de Emiraten me laten martelen: om een voorbeeld te stellen.

Dus ook uw collega’s aan de Sorbonne zijn hypocriet?

“Juist.” En hij vervolgt: “Jammer genoeg zijn de Sorbonne en haar erfenis (van academische vrijheid, red.) te koop. Of het aan de economische crisis ligt of niet, blijkbaar heeft alles een prijskaartje. De Franse instituties kunnen wel hun mond vol hebben van multiculturalisme en uitwisseling van ideeën. Die idealen gelden misschien voor Europa, maar niet voor Abu Dhabi.”

Hoe lang kunnen de emirs nog doorgaan het Westen af te kopen?

“Zolang de olieprijs rond negentig of honderd dollar per vat ligt.”

Uit wat Bin Ghaith mij vertelt begrijp ik dat de hervormingen in de Emiraten niet van buitenlandse instituties zullen komen, maar van de lokale bevolking uit moeten gaan. In de Arabische Lente was de middenklasse de motor achter de revolutie. Deze middenklasse bestaat uit advocaten, winkeliers en academici.

Ik vraag aan Bin Ghaith hoe het in de Emiraten met die middenklasse gesteld is.

“Ik ben de middenklasse. Daarom heeft de regering van de Emiraten me laten martelen: om een voorbeeld te stellen.”

Hoe denkt u nu verandering te bepleiten?

“Ik ga door, maar slimmer. Ik geef ze geen cadeautjes meer. Ik zal publiek bewustzijn bevorderen en de regering van de Emiraten blijven vertellen dat politieke en economische hervormingen de enige weg zijn. Maar voorlopig is alles wat ik zeg aan dovemansoren besteed. Ik ben staatsvijand nummer één. Mensen durven niets meer met me te maken te hebben. Ik was een sociale magneet. Overal waar ik kwam waren mensen om me heen. Nu niet meer.”

Dus de regering heeft gewonnen?

“In zekere zin wel. Maar ik ga door. Dan maar in eenzaamheid.”

Is er dan niemand die uw wil tot democratisering deelt?

“Langzaam maar zeker betreden steeds meer jonge mensen de publieke sfeer. Maar het is niet genoeg. We komen nog niet in de buurt van de critical mass. We zijn nog niet in staat om momentum te creëren, en dat zou nog jaren kunnen duren ook. Koeweit ligt voor. Bahrein en misschien zelfs Saoedi-Arabië liggen voor. Samen gaan we in de goede richting en hervorming is nog steeds mogelijk. Al helemaal gezien de doden en gewonden die voor de Arabische lente zijn gevallen: doordat er slachtoffers zijn gevallen is het gevoel van noodzaak van verandering des te groter.”

Als ik vraag of Bin Ghaith iets concreter kan zijn over het potentieel voor zo’n critical mass –dan wordt hij voorzichtiger.

“We zijn een klein landje met acht miljoen inwoners. Zelfs als we zeggen dat de middenklasse vijftien procent van de bevolking betreft, dan zijn we maar met een middenklasse van één miljoen. Het maakt niet uit hoe groot ons aandeel is, onze stem zal nooit zo goed hoorbaar zijn.”

Van de vierennegentig man die nu zijn opgepakt wordt gezegd dat ze aan de moslim broederschap zijn verbonden. Of dat ze islamistisch zouden zijn. Wat betekent dat eigenlijk, islamistisch? Alsof ‘islamisme’ een misdaad is.

“Voorlopig heeft de middenklasse niets aan mensenrechtenorganisaties om haar roep tot hervorming luider te laten klinken. Mensenrechtenorganisaties praten over arbeidsrechten van de migrantenwerkers en doen voorkomen alsof de middenklasse alle rechten al heeft.”

Op dit moment wordt in Abu Dhabi een proces gevoerd tegen 94 gevangen genomen bloggers, mensenrechtenadvocaten, leraren, rechters en studentleiders, waarvan het merendeel voor democratische hervormingen zou pleiten. Volgens de niet openbaar gemaakte aanklacht ‘zouden ze de regering van de Emiraten omver willen werpen’. Ook zouden ze lid zijn van de zogenaamde ‘islamistische organisatie’ Al-Islah (vertaald: de hervorming). Pers, mensenrechtenorganisaties en familie van de arrestanten mogen niet bij het proces aanwezig zijn. Slechts van twee van de vierennegentig is de precieze plaats van gevangenschap bekend.

Bin Ghaith legt uit dat door de westerse berichtgeving over de Emiraten de westerse publieke opinie tegen zit.

“Van de vierennegentig man die nu zijn opgepakt wordt gezegd dat ze aan de moslim broederschap zijn verbonden. Of dat ze islamistisch zouden zijn. Wat betekent dat eigenlijk, islamistisch? Alsof ‘islamisme’ een misdaad is. Tegelijkertijd verschijnen er in westerse glossy’s onophoudelijk reportages over het economisch succes, de skyline en het vakantieparadijs van Abu Dhabi en Dubai. De sympathie voor het regeringsbeleid is daardoor erg groot.”, zegt Bin Ghaith.

Wie zijn deze vierennegentig arrestanten dan volgens u?

“De meesten maken deel uit van de middenklasse. Ze hebben een positieve invloed op het publieke leven. Het zijn academici, advocaten, activisten. Veel goede mensen. Ze zouden de motor van moderniteit en Renaissance in de Emiraten moeten zijn. De gearresteerde academici bijvoorbeeld, zouden het universiteitsleven vorm hebben moeten geven. Waarom zou je de lokale academici arresteren terwijl je jonge mensen uit de Verenigde Staten en Frankrijk importeert?”

Zicht op Abu Dhabi. Bron: Wikipedia.

Zicht op Abu Dhabi. Bron: Wikipedia.

En daarmee zijn we terug bij de Sorbonne en het Louvre in Abu Dhabi. Om af te ronden vraag ik wat Nasser Bin Ghaith me nog wil vertellen.

Ik heb in Europa gestudeerd (University of Essex, Engeland, red.). Ik leerde er veel over democratische waarden, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting. Maar de Europeanen staan hier niet meer voor. Het Westen zou oorlogen voeren om deze waarden te verspreiden – en nu zijn deze waarden te koop. In de toekomst zal Europa armer zijn en minder invloedrijk. China en andere opkomende economische grootmachten kunnen wel geld uitgeven, maar zij willen geen mensenrechten meer verspreiden. Het zullen donkere dagen worden. Misschien dat de Arabische Lente het licht aan het einde van de tunnel is –dat hier in de Arabische wereld de mensenrechten worden hervonden.

De politiek van de stilte

Twee jaar geleden weigerde de Sorbonne Abu Dhabi te reageren op de arrestatie van één van haar docenten, Nasser bin Ghaith, die was opgepakt nadat hij voor democratische hervormingen had gepleit. ‘De Sorbonne is medeplichtig door stilte’ – kopte Jean-Marie Fardeau, directeur van Human Rights Watch Frankrijk twee jaar geleden in een artikel over de gevangenschap van Bin Ghaith. Ook Midden-Oostencorrespondent Benjamin Barthe schreef, in januari in de Franse avondkrant Le Monde, over ‘De stiltes van de Sorbonne Abu Dhabi’. In het vorige deel van Verzwegen Universele Waarden lazen we hoe Nasser Bin Ghaith zelf lijkt te betogen dat de regering van de Emiraten deze stiltes koopt.

Na de Sorbonne is het Louvre de tweede Franse institutie die zich in Abu Dhabi vestigt. Deze serie begon ik met de vraag wat de rol van het Louvre zou kunnen zijn in een land waar volgens Human Rights Watch de mensenrechtensituatie de afgelopen jaren alleen maar verslechterd is. Die vraag kwam niet uit idealisme, maar werd me aangeboden door het agentschap voor toerisme (TDIC) van de regering van Abu Dhabi zelf: “Het Louvre Abu Dhabi en het Saadiyat Cultural District zullen een plek zijn waar diverse en verafgelegen delen van de wereld elkaar kunnen ontmoeten om ideeën en cultuur uit te wisselen.”

Dit is een verklaarde gezamenlijke missie van de regering van de Emiraten en Agence France-Muséums (AFM, het aan de Franse overheid verbonden agentschap dat Louvre, Musée d’Orsay, Centre Pompidou en andere musea vertegenwoordigt die bijdragen aan het Louvre Abu Dhabi). Het is dus geen kritiek op Agence France-Muséums, als ik de eenvoudige journalistieke vraag stel om wat concreter te zijn over het precieze doel van deze uitwisseling van cultuur en ideeën.  Na aanhoudend contact met AFM’s persvoorlichtsters is me toegezegd dat mijn vragen zouden worden voorgelegd aan de Wetenschappelijk Directrice van Agence France-Muséums. Ook van haar kreeg ik alleen maar stilte.

Verenigde Staten

Het is niet moeilijk een rechtvaardiging voor al dit zwijgen te vinden. Door te veel politieke stellingname zouden culturele instituten als Sorbonne en Louvre bezoekers kunnen afschrikken en niet meer dienst kunnen doen als die ontmoetingsplaats voor culturele uitwisseling die ze zo graag willen zijn. Maar volgens Matt Duffy, hoogleraar journalistiek en internationaal mediarecht aan Georgia State University, Atlanta, mogen Westerlingen best kritischer zijn op de regering van Abu Dhabi. Hij zegt tegen DNP dat iedere internationale organisatie die zaken wil doen in de Emiraten zonder de regering van de Emiraten te bekritiseren, een deel van haar beroepsethiek opoffert. “Zonder hardere kritiek geven internationale organisaties zwijgzaam hun toestemming aan de mensenrechtenschendingen. Zoals voor de schendingen van het recht op een eerlijk proces van de #UAE94 (de vierennegentig arrestanten die in Abu Dhabi worden vastgehouden, voor het merendeel omdat ze voor democratische hervormingen zouden hebben gepleit, red.).” De Amerikaan werd vorig jaar zelf de Emiraten uitgezet.  Er is geen officiële verklaring gegeven over zijn uitzetting, maar Duffy publiceerde een lijst met achttien mogelijke redenen, waaronder het op de televisie bespreken van een hervorming van de mediawetten.

New York University in Abu Dhabi.

New York University in Abu Dhabi.

Duffy is een voorbeeld van de Amerikaanse manier van manoeuvreren in de Emiraten die veel meer uitgesproken is dan de Franse. Zo boycotte een groep kunstenaars en curatoren in 2011 het New Yorker Guggenheim museum totdat het museum meer uitgesproken naleving eiste van internationaal arbeidsrecht bij de bouw van haar afdeling in Abu Dhabi. En de docenten van New York University’s (NYU) grootste faculteit, Kunst & Wetenschappen, stemden twee weken geleden in meerderheid voor een motie van wantrouwen tegen universiteitsdirecteur John Sexton. Het wantrouwen van de docenten zou onder meer komen door ‘de cynische uitbreidingsdrang’ van Sexton, naar gebieden als China en Abu Dhabi waar de academische vrijheid niet gegarandeerd is.

Clausules

In een artikel van de Amerikaanse website The Observer van februari dit jaar, vroeg journaliste Nina Burleigh zich af waarom NYU en Guggenheim geen contracten hadden gesloten met de regering van Abu Dhabi, met daarin clausules waarin vrouwenrechten en vrijheid van meningsuiting zouden worden gegarandeerd. Volgens Burleigh zouden Amerikaanse instituties deze garanties voortaan contractueel bij de Emiraten moeten afdwingen voordat ze zich in de federatie van golfstaatjes vestigen. Burleigh hoopt dat met deze clausules voorkomen zal worden dat Amerikaanse instituties, net als Guggenheim en NYU, hun ziel verkopen aan de Emiraten, en daarmee de ziel van alle Amerikanen. Opvallend is dat het hier niet alleen gaat om clausules waarin de rechten voor het bouwpersoneel in het Saadiyat Cultural District worden gegarandeerd, maar dat Guggenheim en NYU volgens Burleigh verantwoordelijkheid dragen voor de mensenrechtensituatie in Abu Dhabi als geheel.

Terug naar het Louvre. AFM heeft de door Burleigh gewenste clausules niet laten tekenen. Wel bevestigt AFM in een brief aan Human Rights Watch dat in het akkoord tussen Frankrijk en de Emiraten ‘de humanistische en universele waarden door beide landen zijn onderschreven’. Ook is AFM tevreden dat het agentschap voor toerisme van Abu Dhabi een ‘onafhankelijk auditor heeft aangesteld’ om het naleven van het internationaal arbeidsrecht te garanderen.

Soft power
De stiltes van Sorbonne en AFM zouden deel kunnen zijn van een strategie van 'soft diplomacy' of 'soft power'. In de leer van politicoloog Joseph S. Nye is ‘soft power’ het bepleiten van verandering door het uitwisselen van cultuur, waarden en ideeën. Soft power is de tegenpool van ‘hard power’, waarbij verandering met militaire macht wordt afgedwongen.

Culturele Diplomatie

Onderhandelingen voor clausules in contracten, harde kritiek of stille diplomatie –hoe moet AFM zich in Abu Dhabi opstellen? Volgens Mark Donfried moet iedereen doen waar hij het best in is. Donfried is directeur van het Institute for Cultural Diplomacy, een instituut dat de dialoog tussen landen door middel van culturele activiteiten wil bevorderen. “Laat Human Rights Watch de mensenrechten verdedigen, en het Louvre een ontmoetingsplaats zijn waar toeristen, zakenlieden, burgers van Abu Dhabi en Fransen elkaar kunnen ontmoeten bij lezingen en exposities”, legt Donfried uit aan DNP. “Maar vertel landen niet wat ze moeten doen. Die beschavingsmissies werken niet meer.”

Mark Donfried, directeur van het ICD.

Mark Donfried, directeur van het ICD.

Donfried zou het dan ook niet eens zijn met The Observer om handhaving van mensenrechten af te dwingen door middel van clausules. Volgens Donfried is dit opleggen van de wil ‘diplomatie oude stijl’. “Tijdens de Koude Oorlog legden grote staten hun wil aan kleine arme landen op en probeerden ze door een moralistische agenda de harten van het volk te veroveren.” Volgens Donfried moet er nu juist vertrouwen worden gecreëerd door vertegenwoordigers van de politiek, culturele sector, bedrijfsleven en middenklasse bij elkaar te brengen. “Als die middenklasse bestaat natuurlijk”, voegt Donfried toe.

Vertrouwen

Diplomatieke stilte wordt soms niet in dank afgenomen en een zwijgend staatshoofd op zakenreis kan verontwaardiging oproepen. Zo is het volgens Nicholas McGeehan, adviseur van Human Rights Watch, teleurstellend dat François Hollande, bij zijn bezoek aan Abu Dhabi in januari, publiekelijk niets kwijt wilde over de mensenrechtenschendingen in het land. “Frankrijk laat de migrantenwerkers in Abu Dhabi aan hun lot over, terwijl ze het Syrisch regime ter verantwoording roept”, stelt McGeehan.

Arbeiders in Dubai, bron: CNN.

Arbeiders in Dubai, bron: CNN.

Volgens Mark Donfried kan het zwijgen van Hollande wél heilzaam zijn, dit is nu eenmaal hoe politiek op het hoogste niveau moet worden gevoerd en kan zorgen voor vertrouwen. Maar musea en universiteiten zijn geen politici. Volgens Donfried is het dan ook geen goed idee “als de Sorbonne en het Louvre over mensenrechtenschendingen zwijgen. Door Facebook en Wikileaks weet iedereen toch wel welke misstanden er in een land zijn, en juist het zwijgen hierover beschadigt het vertrouwen. Soms moet je elkaar eens goed de waarheid vertellen. Dat de Sorbonne zweeg (toen één van haar docenten gevangen werd genomen en gemarteld nadat hij had opgeroepen tot democratische hervormingen, red.) is dus een fout.”

Wervender

Zal het Louvre Abu Dhabi een succes worden? Met haar prachtige architectuur en Franse kunstschatten zal het vast en zeker een mooi museum worden. Maar de aanhoudende stilte van de in Parijs opgeleide en werkzame kunsthistorici van AFM (net als die van de Parijse professoren aan de Sorbonne Abu Dhabi) laat kansen liggen om het mooie verhaal van kunst en taal te vertellen dat Frankrijk een stukje mooier maakte. Van cultureel diplomaten werkzaam bij publieke instellingen die het visitekaartje van Frankrijk zijn zou je een wat wervender verhaal verwachten. Bovendien, zolang academici en bloggers het land worden uitgezet, gemarteld worden en een proces achter gesloten deuren krijgen, zal er van echte uitwisseling van waarden en ideeën geen sprake zijn.

WILLEM VAN EWIJK