‘Politici verschuilen zich te graag achter juwelier die overvaller doodschoot’

Betogers uiten hun steun aan de juwelier in Nice. Foto: Paris Match

Betogers uiten hun steun aan de juwelier in Nice. Foto: Paris Match

(De Volkskrant) De juwelier in Nice die een overvaller doodschoot laat zien dat de Fransen dezelfde worsteling voeren met politieke protestbewegingen als de Nederlanders.
Toen in Nice vorige week een 19-jarige jongen wegreed op zijn scooter, nadat hij een juwelier had overvallen en mishandeld, schoot de juwelier hem dood. De juwelier werd moord ten laste gelegd, waarop 1,6 miljoen Fransen op een Facebookpagina hun steun aan hem betuigden. Ze kwamen op voor het recht op zelfverdediging van de juwelier en riepen de overheid op om het veiligheidsbeleid serieus tenemen. Afgelopen maandag demonstreerden in Nice zo’n duizend man, onder wie de burgemeester, Christian Estrosi (UMP) en zijn partijgenoot, de parlementariër Eric Ciotti.

Cartoonist ‘Willem’ tekende die dag in de Franse krant Libération hoe een meute politiek leiders van links tot rechts zich achter de schietende juwelier opstelden. Het is als de salonpopulisten, vechtend voor de bühne voor burgers die in de steek worden gelaten door de wetten die deze populisten zelf hebben gemaakt.

© afp. Stephan Turk.

© afp.
Stephan Turk.

‘Koop een wapen’

Ook in Nederland is de veiligheid van juweliers een probleem als er tientallen overvallen per jaar worden gepleegd. Advocaat Theo Hiddema zei vorig jaar bij Pauw & Witteman (29 februari 2012): ‘Koop een wapen, van de overheid moet je het niet hebben.’ Twee maanden later kwam een juwelier in Den Haag bij een overval om het leven.

Régis Cauche, de burgemeester van het Noord-Franse stadje Croix, gooide vorige week een duid in het zakje door te wijzen op stelende Roma die zijn gemeente teisterden. Hij gaf aan dat hij alleen de gemeentepolitie kon inzetten, en dat het veiligheidsbeleid verder de verantwoordelijkheid is van de nationale overheid. En dus zou ‘het net als in Nice mis kunnen gaan. Als een van mijn stadsgenoten het onherstelbare zou doen, dan steun ik hem.’

Protest

In zowel Frankrijk als Nederland gaf begin deze eeuw een verlammende verdeling van de macht tussen links en rechts vaart aan de eerste protestbewegingen, aan Fortuyn, de normalisering van het Front National (FN) en opstandjes binnen de gevestigde politieke partijen zelf.

In 2002 kwam Jean-Marie Le Pen, toenmalig leider van het Front National tot in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat een kandidaat van het FN zo ver kwam. Le Pen verloor het van de gematigde Jacques Chirac, die het vervolgens te stellen had met zijn opstandige minister van Binnenlandse Zaken, Nicolas Sarkozy. Deze nam als minister harde standpunten in over het veiligheidsbeleid en eenmaal president van Frankrijk startte hij een debat over de nationale identiteit. Geert Wilders maakte zich los van de VVD en leidde een succesvolle politieke beweging die ferme standpunten over het veiligheids- en vreemdelingenbeleid presenteerde.

Rotschop

Protestbewegingen en het bepleiten van een hard veiligheids- en vreemdelingenbeleid, het werd vaak populisme genoemd. En dat was slecht.

Maar het doet de politieke realiteit onrecht om de politieke programma’s van deze bewegingen als populistisch weg te zetten. De Franse denker Pierre Rosanvallon legt in zijn boek De Tegendemocratie uit dat populistische bewegingen de overheid beschouwen als een tegenstander die gesurveilleerd moet worden. Een vijandelijke macht waar burgers zich tegen moeten weren. Politici wantrouwen de overheid waar zij deel van uitmaken: ze protesteren, maar nemen geen politieke beslissingen om het systeem beter te maken (‘de macht keert zich tegen zichzelf’). In plaats daarvan maakt de politiek van debat plaats voor die van beschuldiging.

Wantrouwen in overheid aanwakkeren

In dit perspectief is het eenvoudiger van populisme te spreken als politiek eigenrichting gaat goedkeuren. Zo ontstond er ophef toen in 2002 toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes zei dat hij de jongens die in Venlo René Steegmans doodschopten een rotschop zou hebben mogen geven. ‘Ik erken dat er een grijs gebied zit tussen iemand een rotschop geven en 112 bellen.’, zei Remkes destijds.

Een rotschop is geen ramp. Verder gaat het als politici van links tot rechts zich achter een juwelier schuilen die een overvaller doodschoot, nog voor een juridisch proces is gestart. Zie hier de discussie die sinds vorige week in Frankrijk speelt.

Het is een discussie die ook in Nederland ieder moment weer kan oplaaien. Dan mag er op het recht op acute zelfverdediging worden gewezen. Maar laat politici zich vooral de vraag stellen hoe ze het zo hebben kunnen laten misgaan, en wat er kan worden verbeterd, in plaats van het wantrouwen in de overheid aan te wakkeren door protesten voor de bühne, en passiviteit in het parlement.

(De Volkskrant, 20.09.2013)

WILLEM VAN EWIJK