Het seksueel contract van de apenrots

kitizen

(De Republikein/DNP) In Frankrijk doen ze niet zo moeilijk over buitenechtelijke avonturen van hun politici. Een alfaman moet daar nu eenmaal een geboren verleider zijn. Maar zoals Dominique Strauss­-Kahn ontdekte, vinden ook de Fransen dat er wat dit betreft wel degelijk grenzen zijn.
“Je deed alsof je je bloed voor het vaderland zou willen geven, ter­ wijl je je in werkelijkheid van dat vaderland wilde bedienen om je onuitputtelijke sperma te spuien”, schreef Marcela Iacub, de ex­vriendin van Dominique Strauss­-Kahn, in het dit voorjaar verschenen boek Belle en het Beest  (Lees ‘Belle en het Beest zorgen voor ophef‘, DNP, 7 maart) Franse presidenten en politici staan al eeuwen bekend om hun seksuele activi­teit en worden er eerder om geprezen dan veroordeeld. Dat de IMF­-topman en gedoodverfd staatshoofd van Frankrijk zijn politieke carrière zag stranden en naar aanleiding van een seksueel akke­vietje publiekelijk werd beschimpt, kwam doordat hij het ‘seksueel con­tract’ had geschonden. Een doodzonde, want deze variant op het sociaal con­tract bepaalt al sinds Julius Caesar de relatie tussen leider en onderdaan in de Europese politiek.


“Onschuldige stedelingen, bewaakt uw vrouwen. Hier komt de koets van de kale neuker”, zongen Caesars soldaten toen ze, terugkerend van de overwin­ ningen op de Gallische voorouders van de Fransen, in Rome naar de tempel van Jupiter marcheerden. De anekdote wordt opgevoerd door mediahistoricus Christian Delporte in zijn boek Een geschiedenis van de politieke verleiding (2012). Delporte zegt dat de seksuele tirannie voor de vorst het zichtbare en gecultiveerde bewijs is van zijn absolu­te macht.Vrij naar Delporte werkt het bij de vorst net als op de apenrots: door zijn seksuele dominantie te tonen, dwingt zowel vorst als opperaap zijn onderdanen iedere dag weer om hun autoriteit te accepteren, en door die­ zelfde autoriteit zijn ze seksueel domi­nant. Delporte sprak bij Caesar van een seksocraat: een levende god die niet verleid werd, maar slechts anderen ver­leidde door middel van zijn goddelijke aura.

Koning én hoveling

De seksocratie heeft de ondergang van het Romeinse rijk overleefd en speelde een rol bij de eerste absolute vorsten van Europa. De Zonnekoning, Lodewijk XIV, werd op schilderijen niet afgebeeld als de kalende slapjanus die hij was, maar als een gespierde veldheer met een grote bos krullen. Ook Lodewijk hoefde niet te verleiden, maar had door zijn koninklijke aureool een automati­ sche aantrekkingskracht op zijn onder­ danen.

Anders lag het voor de hovelingen. Hoe dichter zij bij de macht wilden komen, hoe meer ze de koning moesten vleien. Deze vleierij (het wapen waar de koning geen weerstand aan kon bieden) was in de zeventiende eeuw een geraf­fineerde kunst met allerlei regels die zelfs in een vademecum voor de hove­ling terechtkwamen. De uit Basel afkom­stige Eusebius Meisner schreef in 1675: “Het is noodzaak om gekend te worden door de vorst, dat u hem uw plezierig gedrag geeft, of hem op een andere manier behaagt.” Dit behagen kon frivo­le vormen aannemen. Zo werd van Lodewijk XIV gezegd dat hij in bed ver­gaderde terwijl hij met een van zijn maîtresses de liefde bedreef. Kortom, de hoveling behaagde, Lodewijk verleidde, en bevestigde zijn macht door de daad.

Een Franse president is koning en hove­ling tegelijk. Koning, omdat hij door de grondwet van 1958 politiek gezien het machtigste individu is en bevoegdheden heeft die in Nederland geen politicus of prins ooit zal krijgen. Hoveling, omdat hij door het soevereine volk moet worden gekozen en in naam van het volk regeert. En dus zal de president het volk tegelijkertijd moeten verleiden en moe­ten behagen om zijn macht te kunnen veroveren en behouden.

François Mitterand

François Mitterand

Dat het verleiden de Franse politici door hun aristocratische aureool en wel­bespraaktheid gemakkelijk afgaat bleek in 1966, toen de journaliste Josette Barellis de vijftigjarige parle­mentariër François Mitterrand inter­viewde. “Is een politicus niet verplicht te verleiden, zodat mensen het beste beeld van hem krijgen?”, vroeg zij. “Een politi­cus moet inderdaad altijd proberen te overtuigen,” antwoordde Mitterrand. Barellis: “Maar moet je om te overtuigen dan niet het beste beeld van jezelf geven?” Waarop Mitterrand sluw antwoordde: “Dat probeer je… Waarom vraag je dat eigenlijk? Maak ik geen goede indruk op je?”

Klein meisje

Na een korte stilte, als om zijn prooi te testen, verscheen een lach op zijn gezicht. “Ik probeer u te verleiden… Ik probeer u te verleiden.” Hierop giechelde Barellis als een klein meisje. Ook zij was gevallen voor het verleidingstalent van de man die veer­tien jaar later de president van Frank­rijk zou worden en van wie bij het Franse volk veel meer voorbeelden bekend waren, maar waar niemand over sprak.

Journalisten sloten de ogen voor alle jonge vrouwen waarmee Mitterrand partijcongressen afging of in restau­rants dineerde. Deze zwijgzaamheid was deel van het seksueel contract. Toen in 1996 op de begrafenis van Mitterrand zijn vriendin en buitenechtelijke doch­ter zij aan zij stonden met het officiële gezin Mitterrand, keek niemand daar­ van op.

Napoleon III, president én keizer

Napoleon III, president én keizer

Fransen accepteren maar wat graag de autoriteit van het dominante mannetje. Dit bewijst de geschiedenis, waarin de Franse mantel van de macht altijd om de schouders van enkele sterke indivi­duen hing. Ook nadat de Franse revolu­tie de laatste zonnekoning had verjaagd. De onthoofdingen op de Place de la Concorde maakten de Fransen bang en de Derde en de Vierde Republiek (res­pectievelijk van 1871 tot 1940 en van 1945 tot 1958) bleken onbestuurbaar. Door deze slechte ervaringen hebben de Fransen moeite met een verdeeld parle­mentair systeem en roepen ze in tijden van onenigheid om een sterke man die de orde moet herstellen. Napoleon Bonaparte maakte een eind aan een zich jarenlang voortslepende revolutie door een staatsgreep te plegen, en de Bourbons namen na zijn ondergang het stokje weer over. In 1848, het jaar waar­ in Nederland van Thorbecke een nieuwe grondwet kreeg, werd Lodewijk-Napoleon Bonaparte in Frankrijk tot president gekozen. Hij pleegde vier jaar later een staatsgreep en regeerde nog twintig jaar als keizer Napoleon III.

De Franse voorliefde voor autoriteit bleek ook in 1958. Toen het land door de Algerijnse crisis ernstig verdeeld was, kwam generaal Charles de Gaulle door een verkapte staatsgreep aan de macht.

Een stap te ver?

Als een Frans politicus eenmaal het Élysée
 bewoont, draagt hij een koninklijk aureool 
dat seksueel aantrekkelijk is.

Het jonge, naoorlogse parlementaire stelsel maakte plaats voor een grondwet met een presidentieel systeem dat nog steeds van kracht is. Een greep uit zijn bevoegdheden laat zien dat er in Frank­ rijk zonder de president niets wordt besloten en dat topambtenaren en politici voor hun carrière persoonlijk van hem afhankelijk zijn. 
De Franse president mag in tijden 
van politieke impasses de Assemblée Nationale – de Franse Tweede Kamer – ontbinden en kan druk zetten op het parlement door bij ieder wetsvoorstel met een veto te dreigen. Hij deelt bevoegdheden met de premier. Samen kunnen ze wetgeving doordrukken door te besluiten om wetsvoorstellen als ‘blok’ in stemming te brengen, door ver­ snelde behandeling van een wetsvoor­ stel te vragen, en door het parlement te verzoeken om een al aangenomen wet­ tekst nog een keer te behandelen. De Franse president benoemt bovendien in zijn eentje de premier en de belangrijk­ste ambtenaren van het land, zoals het hoofd van de rekenkamer.

De verregaande bevoegdheden van de 
president zorgen ervoor dat, als een Frans politicus eenmaal het Élysée
 bewoont, hij net als de Bourbons en de 
Bonapartes een koninklijk aureool 
draagt dat seksueel aantrekkelijk is en
 dat de Fransen, geheel in lijn met het 
seksueel contract, van hem een verhoog­
de seksuele activiteit accepteren. Maar
 hoe ver kan een Frans politicus gaan in
 het samenspel van koninklijk verleiden 
én de plicht het volk te behagen? Wan­
neer gaat hij te ver, of gunnen burgers 
hem hun stem niet meer?

Beeld uit de Franse film 'L'exercide de l'état', over politiek, macht en sex.

Beeld uit de Franse film ‘L’exercide de l’état’, over politiek, macht en sex.

Zoals in elke democratie hebben bur­gers behoefte aan een sterke leider, maar ook aan een leider die op hen lijkt. Een belangrijk beginsel van de democratische vertegenwoordiging wil dat de machthebbers een afspiegeling moeten zijn van de samenleving. Als in het parlement en zelfs in het presidenti­ële paleis politici zitten die dezelfde emoties hebben, dezelfde opleiding heb­ben gevolgd, dezelfde professionele achtergrond hebben, of dezelfde regionale problemen kennen, dan zullen ze beslis­singen nemen die de meeste andere burgers ook zouden hebben genomen. Deze spiegelvertegenwoordiging is van belang omdat karakter en achtergrond van een parlementariër of president beter voorspellen welk beleid hij gaat uitvoeren dan een politiek programma dat, eenmaal ingehaald door tegenval­lende economische cijfers, al snel te achterhaald is om als kieskompas te worden gebruikt. Maar gaat het zover dat de president de seksuele waarden van het volk moet vertegenwoordigen?

Nu zal seksueel gedrag wel niet zo snel het belangrijkste verkiezingscriterium zijn (dat is aan de sociaalpsychologen), maar iemand die geheel tegen de seksue­le moraal van een land ingaat, zal de kiezers niet het gevoel geven dat hij in staat is om hen te vertegenwoordigen. Een goed voorbeeld hiervan is John Edwards, die in 2008 zijn kandidatuur in de presi­dentiële voorverkiezingen bij de Democraten opgaf nadat bleek dat hij zijn aan kanker lijdende echtgenote had bedrogen met een serveerster.

Familiewaarden

En daarmee zijn we aangekomen bij de vraag of de Fransen wel zo vaak vreemd­ gaan en wel zo seksueel actief zijn als hun presidenten. Kortom, tijd voor een inventarisatie van de Franse seksuele moraal.

Het weekblad Marianne publiceerde dit voorjaar een onderzoek naar overspel, met ‘Vreemdgaan, een nieuwe trend?’ als titel. Uit een peiling van het onderzoeksbureau Ipsos voor Gleeden, de in Frankrijk populaire datingsite voor gehuwde vreemdgangers, bleek dat 37 procent van de Fransen weleens vreemd is gegaan – of dat zou kunnen doen. Maar een peiling van de sociologe Charlotte Le Van wees uit dat er een stuk minder vreemdgegaan wordt. In het afgelopen jaar zou slechts 3,6 pro­cent van de Franse mannen en 1,7 pro­cent van de Franse vrouwen seks heb­ben gehad met een ander dan hun part­ner. Volgens Le Van is de tolerantie tegenover vreemdgaan ook steeds lager. Onderzoeker Pierre Bréchon bevestigt dit en zegt dat jongeren steeds meer waarde hechten aan ‘trouw’ binnen een relatie: in de jaren tachtig vond nog maar de helft van de Franse jongeren dat, tegenover 80 procent nu.

Door de Franse fotografe Charleen, 'A corps perdus'

Door de Franse fotografe Charleen, ‘A corps perdus’

Bréchon zegt dat Fransen meer in kop­pels leven en het stichten van een gezin belangrijk vinden. Dit staat in contrast met de jaren zeventig, toen het gezinsle­ven en alles eromheen nog als een belemmering voor de persoonlijke vrij­heid werd gezien. Sinds die tijd nam het aantal echtscheidingen flink toe. Uit
 een peiling van het demografische insti­tuut Ined, gepubliceerd in Le Figaro, 
bleek dat in 2010 ruim 10 procent van 
de huwelijken strandden. Begin jaren 
zeventig was dat nog 4 procent.

Extreemrechts

Deze percentages liggen stukken lager 
dan in de VS (waar de helft van de 
huwelijken stukloopt) en Nederland 
(één op de drie). Het hervonden belang
 van het gezin wordt bevestigd door de 
demografen Hervé Le Bras en 
Emmanuel Todd. In hun recente boek
 Le mystère français schrijven ze dat er 
in Frankrijk een ‘postkatholiek model’ 
heerst. De traditionele stamfamilie,
 waarbij neven en nichten bij groot­ouders en overgrootouders in de buurt
 woonden, heeft plaatsgemaakt voor de
 kernfamilie van vader, moeder met twee
 kinderen. 
Een Franse politicus zal dus rekening 
moeten houden met familiewaarden.
 

Verder verschilt de seksuele activiteit 
van de Fransen sterk per politieke par­tij. Volgens een peiling die het onderzoeks­
bureau Ifop rond de Franse presidentsverkiezingen van vorig jaar, zouden de aanhangers van Nicolas Sarkozy gemiddeld 6,7 keer per maand seks hebben, terwijl de aanhangers van links met 7,7 keer en extreem links met 7,8 keer dichter bij het Frans gemiddel­ de van 7,8 zouden liggen. Extreemrechtse kiezers zouden het zo’n acht­ maal per maand doen. Aanhangers van de rechtse partij UMP zouden in hun leven gemiddeld zeven sekspartners hebben, terwijl linkse Fransen er negen hebben en een aanhanger van extreemrechts zelfs tien. Dat zijn er twee meer dan het Franse gemiddelde.

DSK overtreed de republikeinse seksuele regels

Hoewel een socialistische kandidaat op seksueel gebied best wat vrijer zou mogen zijn dan een rechtse kandidaat, lijkt het onwaarschijnlijk dat hij zich tijdens zijn campagne over zijn eroti­sche avonturen zal uitlaten. Want het belangrijkste van de seksuele moraal in Frankrijk is dat de daad thuis gebeurt, achter gesloten deuren. Publiek en privé worden niet gemengd. Dit onderscheid is deel van het seksueel contract tussen de burgers onderling, en tussen de burgers en hun politieke leiders. Franse presidenten zijn dus ook niet chantabel op basis van hun seksualiteit. François Mitterrand kon een tweede gezin hebben, en Jacques Chirac stond bekend als ‘meneer tien minuten inclu­sief douche’.

Jacques Chirac op het strand

Jacques Chirac op het strand

Maar zodra een Franse politicus deze wet overtreedt, is de daad niet langer privé. Bovendien: als hij de wet over­treedt, toont hij zijn zwakte door het onvermogen om zich aan de republikein­se regels te houden. En hier ligt de ver­klaring voor de val van Dominique Strauss-­Kahn.

Dat is niet noodzakelijk. Als het dominante mannetje dat met zijn seksuali­teit van nature de onderdanen onder­werpt, mag hij ook een stapje verder gaan dan het gewone volk. Want deze seksuele dominantie legitimeert zijn macht doordat hij zich de beste onder zijn gelijken toont.

Meritocratie

Hiermee zijn we aangekomen bij het tweede beginsel van de legitimiteit van een machthebber in een democratie: het meritocratische principe dat een politie­ke vertegenwoordiger altijd een stukje beter moet zijn dan de gelijken door wie hij is gekozen.

Moet de president de seksuele waarden van het volk vertegenwoordigen?

Volgens het in 1995 verschenen boek Principes de la démocratie représentative van politicoloog Bernard Manin zit dat zo. Tijdens democratische verkiezingen mogen de kiezers bepalen wie de beste is. Anders dan bij een juryselectie of een wedstrijd waarbij volgens abstracte regels wordt geselecteerd, bepalen kie­zers hun selectiecriteria onafhankelijk en in het geheim. Zo zal de ene kiezer de humor van een kandidaat belangrijk vinden, een ander zijn seksuele aantrek­kingskracht, en zullen velen op basis van het politiek programma kiezen.
 Als formeel iedere burger verkiesbaar is en gelijk voor de wet, dan zoeken de kie­zers bij het bepalen van hun stem naar onderscheid tussen de kandidaten. Hierdoor zullen ze altijd de kandidaat kiezen die op basis van hun criteria beter is dan zijn tegenstanders. Volledig ratio­nele kiezers (mochten die bestaan) zul­len persoonlijke details buiten beschou­wing laten en voor de slimste technocraat gaan. Anderen zullen gevoelig zijn voor de persoonlijkheid van de kandidaat en de voorkeur geven aan een familieman als Barack Obama of Willem-­Alexander, of juist kiezen voor een notoire verleider als Silvio Berlusconi.

Kortom, als de ideale kandidaat op zijn kiezer moet lijken en tegelijkertijd de beste moet zijn in alle kwaliteiten die de kiezer belangrijk vindt, dan regeert in een democratie de beste onder zijn gelijken. Bestaat het volk uit verleiders en vreemdgangers, dan wordt de beste ver­leider tot president verkozen.

Dominique Strauss-Kahn

Dominique Strauss-Kahn

Het land als lustoord

Toegegeven, het verleden heeft bewezen dat het voor een Franse politicus niet zo’n ramp is om de wet te overtreden. De meeste topfiguren uit de Franse poli­tiek pleegden tijdens hun carrière frau­de en kregen daar vaak boetes en voor­waardelijke gevangenisstraffen voor. Maar dat schaadde hun politieke carriè­re niet. Geheel in overeenstemming met het voorbeeld van Napoleon I, Napoleon III en Charles de Gaulle durft een sterke chef weleens vals te spelen en wordt hij om zijn sterke karakter beloond door de kiezer.

Het gaat pas mis als een politicus zijn volk tekort doet. Dit was dit voorjaar zo, in het geval van de minister van Begroting, Jérôme Cahuzac, die van het bestrijden van belastingfraude zijn prioriteit had gemaakt en zelf decennialang de belas­ting bleek te hebben ontdoken met bankrekeningen in Zwitserland en Singapore. Het was alsof de minister geld afpak­te van de Fransen en zichzelf vrijwaarde om over de rug van het volk zijn reputatie te spekken en vermogend te blijven. Als een politicus het volk iets afpakt, dan schendt hij daarmee de clausule in het seksueel contract dat een politicus het volk moet behagen om de koninklijke verleider te blijven. Met andere woorden: dan gunt het volk de koning zijn verleidingskracht niet meer.

Wanhoop

DSK brak met de clausule die bepaalde dat hij meesterverleider moest zijn, in plaats van uit wanhoop de eerste de beste vrouw te pakken.

Zo was het ook met Dominique Strauss-­Kahn, die al dan niet een kamermeisje verkrachtte in een hotel in New York. En ook al had zij vrijwillig seks met de IMF­-topman, dan nog brak ‘DSK’ met zijn daad het seksueel contract: namelijk de clausule dat de sterke leider, gelijk aan Julius Caesar, het dominante mannetje en de meesterverleider moet zijn en dus niet uit wanhoop de eerste de beste vrouw mag pakken.

“Je zou je assistenten gebruiken, je handlangers, je medewerkers en je werk­ nemers als wapenstokken, organisators van orgieën, als experts voor de kunst om je donkerste behoeften te bevredigen,” schreef Marcela Iacub. Wanneer een presidentskandidaat zijn seksuele behoeftes niet de baas is, verliest hij zijn koninklijke aureool en toont hij zich een seksverslaafde. Bovendien verandert hij het land in zijn eigen lustoord. Dat ging de Fransen te ver en betekende het einde van Strauss-­Kahn.

WILLEM VAN EWIJK